Vorige week om deze tijd was ik nog aan het werk, naast de gewone regelzaken voor dochter 2 en huis.
Midden op de dag – op een donderdag – was er een “dag lieve vrienden” borrel in de buurtkroeg voor een paar man die zich hadden losgerukt uit de dagelijkse stroom van verplichtingen. De kroeg moest om vijf uur zijn deuren sluiten, maar omdat wij het enige gezelschap nog waren ging de deur op de knip, zakten rolluiken voor de ramen omlaag en mochten we een uurtje langer blijven. Toen we om zes uur naar huis liepen, gure wind en de temperatuur slechts een paar graden boven het nulpunt, voelde het als midden in de nacht.
Tot ‘s avonds laat pakten we in. Mijn hoofd verzadigd van heel veel opgekropte gedachten waar ik geen tijd en ruimte aan had gegeven omdat ik het te druk had. En toen was daar ineens de reis – via Curaçao naar Colombia – met al zijn eigen regelzaken als tickets, huizen, auto’s, eten en routebeschrijvingen. Maar ik ben er nu. Wij zijn er nu. We slapen op de vide. Via grote stalen kozijnen van zeker 6 meter hoog kijken we uit op bamboe bossen en een wild stromend riviertje met keien. We worden wakker met roofvogels zwevend voor het raam. Onderweg schaakten we op een iPad. We speelden regenwormen met miniatuur dobbelsteentjes. Hier in de bergen doen we boodschappen in vage supermarkten. En ik lees zowaar een boek. Een echt heel boek, gekregen van lieve collega’s. En langzaam, heel langzaam, komt er structuur in de chaos van mijn hoofd. Gedachten vinden hun weg. Ze ontwikkelen uit de kluwen.
Deze sabbatical zal me brengen wat ik hoop dat het me brengt: inzicht. Inzicht in welk werk ik – mits ik gewoon fit en gezond blijf uiteraard – de komende twintig jaar ga doen. Waar en met wie. Alles staat open. Ik gun het iedereen om ergens – op zijn/haar eigen manier – de pauzeknop van het leven eens indrukken. En luisteren wat zich voor je opent. Wat een zegening is dat.